De Europese Commissie wil de Europese industrie versterken met een nieuw wetsvoorstel. De Industrial Accelerator Act (IAA) stelt bij publieke aanbestedingen het gebruik van producten uit Europa verplicht.
Waar de maakindustrie in 2024 nog goed was voor 14,3% van het Europese BBP, moet dit in 2035 zijn gestegen tot 20%. De IAA moet deze groei mogelijk maken en zet daarbij in op drie pijlers: publieke aanbestedingen, snellere vergunningen en voorwaarden aan buitenlandse investeerders.
Publieke aanbestedingen
Overheden moeten bij inkopen voortaan prioriteit geven aan Europese producten met een lage CO₂-uitstoot. Denk aan staal voor auto’s en bouwprojecten, cement, aluminium, maar ook aan zonnepanelen, batterijen en waterstoftechnologie. Zo wil de Europese Commissie zekerstellen dat belastinggeld Europese banen en bedrijven ondersteunt.
Snellere vergunningen voor industriële projecten
Trage vergunningsprocedures zijn een bekend struikelblok bij industriële projecten. De IAA wil procedures versnellen door in te zetten op digitalisering. Daarnaast komt er een maximale doorlooptijd van 18 maanden voor cruciale projecten, zoals het vergroenen van staalfabrieken. Ook worden zogeheten Industrial Acceleration Areas aangewezen die moeten uitgroeien tot strategische industriële clusters. Vvoor deze gebieden gelden eveneens versnelde procedures.
Voorwaarden aan buitenlandse investeerders
Niet-Europese bedrijven die meer dan 100 miljoen euro willen investeren en afkomstig zijn uit landen met meer dan 40% marktaandeel in de wereldwijde productie van elektrische voertuigen (EV’s), batterijen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen, moeten onder de IAA aan nieuwe eisen voldoen. Deze hebben betrekking tot Europese meerderheidsaandeelhouders, technologieoverdracht en lokale werkgelegenheid.
Drie kernsectoren
De Industrial Accelerator Act (IAA) richt zich op drie kernsectoren, die om verschillende redenen extra bescherming en stimulans krijgen. Door gerichte investeringen en beschermingsmaatregelen hoopt de EU haar positie in deze sleutelgebieden te versterken.
De zware industrie, waaronder staal, cement en aluminium, is een eerste focusgebied. Deze sectoren zijn niet alleen energie-intensief, maar staan ook onder druk door concurrentie uit landen zoals China en de Verenigde Staten. Door de zware industrie te beschermen wil de EU 85.000 banen behouden en tegen 2030 600 miljoen euro aan extra economische waarde genereren.
Een andere kernsector is de auto-industrie. Europa is sterk afhankelijk van Aziatische batterijen en componenten, met als risico dat kennis en werkgelegenheid naar het buitenland verschuiven. Met maatregelen wil de EU de Europese toeleveringsketen versterken, wat moet leiden tot 10,5 miljard euro aan extra waarde en 58.000 nieuwe banen in de accuproductie.
Ten slotte ligt de focus op groene technologie, zoals zonnepanelen, windturbines, warmtepompen en waterstoftechnologie. Europa loopt op deze gebieden achter op andere wereldspelers, en de IAA moet ervoor zorgen dat de productie van deze strategische technologieën versneld wordt opgeschaald. Dit moet Europa minder afhankelijk maken van import en de energietransitie versnellen.
‘EU blijft een van de meest open markten ter wereld’
De Europese Commissie benadrukt dat de Europese Unie een van de meest open markten ter wereld blijft en openheid als bron van economische kracht en veerkracht wil blijven inzetten. “Het voorstel moedigt grotere wederkerigheid aan door gelijke behandeling te bieden bij publieke aanbestedingen en andere vormen van overheidssteun aan landen die via handelsakkoorden Europese bedrijven toegang geven tot hun markten. Bedrijven uit die landen profiteren daardoor van dezelfde voorwaarden als producten die in de EU zijn gemaakt”, schrijft de Europese Commissie in een toelichting.
“De ‘Made in EU’-eisen beperken daarmee niet onnodig de markttoegang of consumentenkeuze, maar zorgen er wel voor dat belastinggeld ten goede komt aan Europese bedrijven en werknemers. De maatregelen zijn gericht en evenredig ontworpen om vraag te creëren in strategische Europese waardeketens, waardoor investeerders zekerheid krijgen en kritieke afhankelijkheden worden voorkomen. Tegelijkertijd blijft de EU zo haar internationale verplichtingen nakomen en openstaan voor eerlijke internationale handel en investeringen.”
Beperkingen
Het opstellen van de wet heeft veel voeten in aarde gehad en tot veel discussie geleid. Zo was Frankrijk fel tegenstander van de Made in Europe-verplichting, terwijl andere landen zoals Duitsland juist vrezen voor kritiek vanuit partnerlanden.
Daarnaast zijn er zorgen over de impact van de plannen op de kosten van producten. Om dit te voorkomen is vastgelegd dat indien producten te duur worden, de Made in Europe-verplichting vervalt.