Netcongestie is een groeiend probleem in Nederland en zet de Nederlandse energietransitie onder druk. Het elektriciteitsnet kan de snelle groei van hernieuwbare energie en de toenemende elektrificatie van industrie, transport en huishoudens niet bijbenen. Bedrijven die willen verduurzamen of uitbreiden, krijgen steeds vaker te horen dat er onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is. Ondanks investeringen in netuitbreiding en aanpassingen in wet- en regelgeving, blijft de druk op het stroomnet nog altijd toenemen.
Dit meldt ABN AMRO in haar derde rapport over netcongestie. Het rapport schetst de huidige stand van zaken, de knelpunten en mogelijke oplossingen. Netcongestie ontstaat wanneer de vraag naar elektriciteit of de aanvoer van opgewekte stroom de beschikbare netcapaciteit overschrijdt. Er zijn twee hoofdvormen:
- Fysieke netcongestie: Het net kan fysiek niet meer stroom transporteren omdat kabels, transformatoren of onderstations overbelast raken. Dit speelt met name in gebieden met veel zonne- en windenergie, waar de opgewekte stroom niet altijd afgenomen kan worden.
- Administratieve netcongestie: Bedrijven hebben meer capaciteit gereserveerd dan ze daadwerkelijk gebruiken, waardoor schaarse netruimte onnodig wordt geblokkeerd. Netbeheerders proberen deze overdimensionering aan te pakken, maar bedrijven zijn vaak huiverig om hun gereserveerde capaciteit prijs te geven uit angst eventuele toekomstige groei niet te kunnen opvangen.
Een complicerende factor is dat de energietransitie het stroomaanbod onvoorspelbaarder maakt. Zo leveren zonnepanelen alleen stroom bij zonlicht en windmolens indien er wind staat. Dit leidt tot pieken en dalen in de beschikbaarheid van duurzame energie. Tegelijkertijd worden traditionele energiecentrales geleidelijk uitgefaseerd. Deze combinatie maakt het balanceren van vraag en aanbod complex.
Nieuwe wetgeving moet meer flexibiliteit bieden
De nieuwe Energiewet, die op 1 januari 2026 in werking trad, moet de overgang naar een duurzamer energiesysteem versnellen. Zo maakt de nieuwe wetgeving flexibelere contracten mogelijk zoals alternatieve transportrechten (ATR’s), waarmee bedrijven stroom alleen op specifieke momenten kunnen afnemen. Ook biedt de wetgeving mogelijkheden voor groepstransportovereenkomsten (GTO’s), die bedrijven in staat stellen gezamenlijk capaciteit te delen en zo efficiënter om te gaan met schaarse netruimte. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) kan maatschappelijk belangrijke projecten zoals woningbouw en zorg voortaan voorrang geven.
Bedrijven en netbeheerders lopen echter tegen belemmeringen aan. Zo zijn GTO’s complex om op te zetten en vereisen ze intensieve samenwerking tussen bedrijven, wat vaak ontbreekt. Daarnaast zijn netbeheerders nog niet altijd in staat om de nieuwe regelgeving snel toe te passen, onder meer door personeelstekorten en ingewikkelde vergunningstrajecten.
Energiehubs
Om netcongestie te verminderen, zijn verschillende oplossingen in ontwikkeling. Een voorbeeld zijn energiehubs. Een energiehub is een samenwerkingsverband tussen bedrijven op hetzelfde bedrijventerrein, waarbij ze gezamenlijk stroom afnemen en hun verbruik op elkaar afstemmen. ABN AMRO wijst op verschillende voorbeelden, waaronder de energiehub EMCU in Utrecht. Vijf bedrijven op bedrijventerrein Lage Weide werken samen onder één GTO. Door hun stroomverbruik slim te sturen blijven ze binnen hun gezamenlijke capaciteitslimiet.
Een ander voorbeeld is Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (ECAH). Bedrijven in de Amsterdamse haven stemmen hun verbruik af op de beschikbare netcapaciteit met behulp van een Energy Management Systeem (EMS). In samenwerking met netbeheerder Liander kunnen ze soms alsnog extra capaciteit krijgen.
ABN AMRO wijst op verschillende voordelen van energiehubs, waaronder efficiënter gebruik van netcapaciteit, het realiseren van kostenbesparingen en het vergroten van de flexibiliteit. Er zijn echter ook uitdagingen. Zo vereist het opzetten van een energiehub juridische, technische en organisatorische afstemming. Daarnaast hebben energiehubs vaak een stroomkoppelaar nodig, wat een onafhankelijke partij is die de samenwerking coördineert. Deze rol is cruciaal, maar de financiering ervan is vaak onzeker. Tot slot zijn verzekeraars terughoudend om de risico’s van energiehubs af te dekken, bijvoorbeeld bij overschrijding van de gezamenlijke capaciteit.
Batterijen en zelf energie opwekken
Bedrijven die te maken krijgen met beperkte netcapaciteit, richten zich steeds vaker op eigen oplossingen voor energieopwek en -opslag om minder afhankelijk te zijn van het overbelaste stroomnet. Een voorbeeld is Ansova Staalcoating in Doetinchem, dat heeft geïnvesteerd in een batterijsysteem met een capaciteit van 1,5 megawattuur (MWh) voor het opvangen van pieken in de stroomvraag. Hierdoor vermindert het bedrijf niet alleen zijn afhankelijkheid van het openbare net, maar realiseert het ook aanzienlijke kostenbesparingen.
Oegema Transport past een vergelijkbare strategie toe door het gebruik van zonnepanelen en batterijen voor het ’s nachts opladen van elektrische vrachtwagens, wanneer de stroomprijzen lager liggen. Deze aanpak biedt bedrijven het voordeel dat ze hun eigen energie kunnen beheren, wat leidt tot minder afhankelijkheid van het centrale net en lagere energiekosten doordat stroom kan worden ingekocht op momenten dat deze goedkoper is.
Tegelijkertijd kleven er enkele nadelen aan deze oplossingen. Zo wijst ABN AMRO op aanzienlijke initiële investeringskosten voor batterijen en zonnepanelen, wat met name voor kleinere bedrijven een drempel kan vormen. Daarnaast is de opslagcapaciteit van batterijen beperkt, waardoor bedrijven in periodes van hoge vraag alsnog afhankelijk kunnen blijven van het reguliere stroomnet.
Cable pooling en flexibele contracten
Bij cable pooling maken meerdere bedrijven gezamenlijk gebruik van één aansluiting, waardoor de beschikbare netcapaciteit efficiënter wordt benut. Deze aanpak is met name geschikt voor bedrijven met stroomprofielen elkaar complementeren, zoals een organisatie die voornamelijk overdag actief is en een bedrijf dat juist ’s nachts veel stroom verbruikt.
Een concreet voorbeeld waarop ABN AMRO wijst is het Kempisch Ondernemers Platform (KOP) in Bergeijk, waar veertien bedrijven binnen een energiehub samenwerken. Door gezamenlijk 30 tot 40 procent van hun individuele capaciteit terug te geven aan netbeheerder Enexis en gebruik te maken van slimme afspraken en een gedeelde batterij, weten deze bedrijven toch ruimte te vinden voor groei, ondanks de beperkingen van het stroomnet.
Naast cable pooling bieden flexibele contracten, zoals tijdsblokgebonden overeenkomsten, bedrijven de mogelijkheid om stroom alleen af te nemen op vooraf bepaalde momenten. Deze contractvormen dragen bij aan het verminderen van pieken in het netgebruik, waardoor de druk op het elektriciteitsnet wordt verlicht. Door stroomafname beter af te stemmen op de beschikbare capaciteit kunnen bedrijven niet alleen hun eigen energiekosten optimaliseren, maar ook bijdragen aan een stabieler en efficiënter energiesysteem.
Cruciale rol weggelegd voor netbeheerders
ABN AMRO noemt netbeheerders zoals TenneT en regionale partijen als Liander, Stedin en Enexis cruciaal in het oplossen van netcongestie. Zo breiden zij het elektriciteitsnet uit en optimaliseren bestaande capaciteit door technologische aanpassingen. Daarnaast stimuleren ze bedrijven om flexibel om te gaan met stroomverbruik, bijvoorbeeld door het vermijden van piekmomenten.
Tegelijkertijd staan netbeheerders voor uitdagingen. Denk daarbij aan een tekort aan technisch personeel, trage vergunningstrajecten en gebrek aan transparantie van bedrijven over hun stroombehoefte.
Centrale regie en samenwerking
Voor het structureel aanpakken van netcongestie noemt ABN AMRO centrale regie en samenwerking tussen overheden, netbeheerders en bedrijven essentieel. Stroomkoppelaars kunnen hierin een sleutelrol spelen. Daarnaast is versnelling van vergunningstrajecten nodig, mogelijk via een crisiswet.
Innovatie in contracten en technologie zoals AI en slimme energiemanagementsystemen helpt om stroomverbruik beter af te stemmen. Betere datadeling tussen bedrijven en netbeheerders is eveneens cruciaal, hoewel de praktische uitvoering daarvan volgens ABN AMRO nog aandacht vraagt.
Technische, organisatorische én juridische uitdagingen
Netcongestie is een complex probleem dat niet alleen technische maar ook organisatorische en juridische uitdagingen met zich meebrengt, concludeert ABN AMRO in het rapport. Hoewel er vooruitgang is geboekt met nieuwe wetgeving en innovatieve oplossingen zoals energiehubs en batterijopslag, blijft de implementatie achter bij de groeiende behoefte. Samenwerking tussen bedrijven, netbeheerders en overheden is essentieel om de energietransitie niet te laten stranden en om te zorgen dat de Nederlandse economie kan blijven groeien in een duurzame richting.
Ook kunnen netbeheerders nog veel leren over het netgebruik en de manier waarop risicomarges worden gepland en vastgesteld. Hoe meer data netbeheerders kunnen en mogen verwerken, des te efficiënter de ruimte op het net gebruikt kan worden.