maart 2022 - Jaarbeurs
Het event voor slimme maakoplossingen

Digitaal bouwen: efficiënt en kosteneffectief

Data en de implementatie ervan zijn inmiddels gemeengoed. Ieder bedrijf is er wel mee aan de slag. Natuurlijk, de een meer dan de ander, maar het is bijna onmogelijk om je er van uit te sluiten. In de bouwsector is het overduidelijk een vereiste om mee te kunnen in de vaart der volkeren.

Uiteindelijk is het zo dat een efficiënte aanpak van een bouwproject aanzienlijke voordelen biedt. Vooral op het gebied van duurzaamheid, efficiency en kosteneffectiviteit.

BIM

Van origine een afkorting voor Building Information Modelling. In Nederland beter bekend als bouwwerkinformatiemodel. BIM is een digitaal model waarin alle aspecten van een bouwproject bij elkaar worden gebracht en waarvan alle betrokken partijen gebruik maken. Het model bevat bijvoorbeeld informatie over het te gebruiken materiaal, positionering van (bijvoorbeeld een wand) binnen een etage, welke elektrotechnische faciliteiten meekomen in die wand en nog heel veel meer. Denk bijvoorbeeld aan hoe ventilatie door het project wordt aangesloten, of waar het sanitair moet worden geplaatst. Al deze informatie ‘praat’ met elkaar zodat ook de logistiek rondom het project naadloos kan verlopen. Die efficiency helpt bij het beperken van bijvoorbeeld faalkosten, die in de bouw tussen de 5% en 15% bedragen.

Reality

Natuurlijk hebben verschillende soorten ‘Realiteit’ haar intrede gedaan in de bouw. Via virtual reality (VR) en augmented reality (AR) kunnen projecten zichtbaar worden, ruim voor de bouw is gestart. Waar je bij VR in een volledig digitale omgeving bent, biedt AR de mogelijkheid om een combinatie van de echte omgeving en de digitale te laten zien. Vooral heel handig binnen renovatieprojecten omdat je kunt zien hoe het geplande binnen de bestaande omgeving past.

DigiBouw

De ontwikkelingen gaan razendsnel en het is vooral belangrijk dat alle betrokkenen goed op de hoogte zijn. Er is veel informatie te vinden, maar vaak specialistisch en op één specifiek gebied. Een nieuw initiatief van Jaarbeurs brengt alles bij elkaar. Op 20 en 21 november is er DigiBouw. Dit nieuwe event moet de ontmoetingsplek zijn waar bouw- en installatieprofessionals handvatten krijgen om digitalisering te versnellen binnen hun bedrijf.

Adoptie verbeteren

Nederland is met haar kennis en ervaring een van de koplopers in Europa op het gebied van digitalisering in de bouw- en installatiesector. Jeroen van Hooff, CEO Koninklijke Jaarbeurs: “De laatste jaren zien we dat onder invloed van de verduurzaming en de energietransitie de bouw- en installatiesector voor een grote uitdaging staat. Ook de wetgeving is aangescherpt met de toevoeging van de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). We zien echter dat de adoptie van digitalisering onder bouw- en installatieprofessionals verbeterd kan worden. Ik ben trots dat we vanaf nu in samenwerking met digiGO ook een platform kunnen bieden voor de Nederlandse bouwer die alles wil weten over digitalisering van zijn bouwbedrijf.” Pieter van Teeffelen, directeur Regie & Organisatie, digiGO: “Wij gaan het peloton in beweging zetten richting meer digitale samenwerking en daarom werken wij samen met Jaarbeurs bij dit nieuwe event.”

Kennis delen

Tijdens DigiBouw delen koplopers uit de markt hoe zij hun bedrijfsprocessen hebben gedigitaliseerd. Pieter Beuker, Management Lid Sales & Customer Success bij Pro4all en één van de koplopers: “De bouw staat voor flinke uitdagingen: kranten staan vol over stikstof, de WKB en het woningtekort. Maar eigenlijk hoor je nooit iets over werkdruk, omdat de stoere mannen en vrouwen van de bouw dat wel gewend zijn. Terwijl onderzoek van Berenschot onlangs heeft aangetoond dat één op de vier UTA’ers last heeft van een te hoge werkdruk. Door software in te zetten om bouwprocessen soepeler te laten verlopen, verlaag je die werkdruk en maak je ruimte om andere grote uitdagingen het hoofd te bieden. Daar dragen wij als software leverancier graag aan bij.”

Meer informatie over DigiBouw op DigiBouw.nl.

Hoezo afstand tot de arbeidsmarkt?

De maakindustrie is natuurlijk veel meer dan alleen wat het letterlijk betekent. De industrie van het maken. Feit is dat er flink wat geassembleerd moet worden. Veel meer dan je op het eerste gevoel zou denken en dat maakt dat bedrijven continu op zoek zijn naar partners die de assemblage snel en efficiënt kunnen uitvoeren. Het liefst tegen zo laag mogelijke kosten.

Participatiewet

De participatiewet is er om mensen die kunnen werken, maar daarbij ondersteuning nodig hebben, op weg te helpen. Deze mensen hebben een zo genoemde ‘Afstand tot de arbeidsmarkt’. In Nederland zijn er circa 75 bedrijven die daar een spilfunctie in vervullen. De ‘Sociale werkplaats’ van vroeger zijn nu Ontwikkelbedrijven. ‘Een veel betere naam voor wat wij doen’, zegt Rutger van ’t Hoff, Groepsmanager bij Promen, een van vijftien ontwikkelbedrijven die drie jaar geleden hun bestaande samenwerking hebben geïntensiveerd op het gebied van gezamenlijk de markt benaderen. Er werd namelijk al langer samengewerkt op andere gebieden. ‘Dat had uiteindelijk tot gevolg dat we in 2024 samen op deze beurs staan onder de naam Samenwerkende Sociaal Ontwikkelbedrijven Zuidwest Nederland’, zegt Van ’t Hoff.

Wel de mensen, maar niet de machines. Of andersom

Van ’t Hoff: ‘In de dagelijkse praktijk bleek dat opdrachten soms niet door konden gaan omdat er niet voldoende mensen waren om de klus te klaren, of niet de juiste machines en tools om het aan te pakken. Opdrachten gingen dan wel verloren. En dat terwijl op niet al te grote afstand een ander ontwikkelbedrijf wel aan de vraag kon voldoen, maar de opdracht niet kende.’ Goede onderlinge contacten hadden drie jaar geleden tot gevolg dat de Samenwerkende Sociaal Ontwikkelbedrijven Zuidwest Nederland werd opgericht. ‘Het was eigenlijk heel eenvoudig’, zegt Van ’t Hoff. ‘Door deze samenwerking zijn we nu in staat grote projecten aan te pakken. In een veelheid aan disciplines en met een brede technische expertise. We vullen elkaar immers aan. Vergis je niet. Binnen de samenwerking hebben wij om en nabij 10.000 mensen die we in kunnen zetten.

Verrassende ontdekkingen

‘Wat extra mooi is, is dat we steeds vaker onze medewerkers werk kunnen bieden dat veel beter aansluit bij hun skills’, aldus Van ’t Hoff. ‘Daardoor zijn zij veel gelukkiger in hun werk, is het vertrouwen groter en komen wij soms tot verrassende ontdekkingen over welke werkzaamheden allemaal opgepakt kunnen worden. En laten we eerlijk zijn… hoeveel leuker is jouw werk als je er écht plezier in hebt?’

Iets tragere opstartperiode

‘Onze medewerkers leveren echt een topklus’, zegt Van ’t Hoff. ‘Daar zijn zij en wij trots op. Zij hebben echter wel wat meer tijd nodig dan de gemiddelde werknemer om zichzelf het werk eigen te maken. Daarna is er geen verschil te merken. Heel mooi om te zien hoe dat iedere keer weer bij elkaar komt.

ESEF Maakindustrie

Een paar maanden geleden nam Van ’t Hoff het initiatief om voor te stellen deel te nemen aan ESEF Maakindustrie. Normaal gesproken zou men de stand af zijn gegaan als bezoeker, maar deelnemen als exposant leek beter. En dat bleek te kloppen. ‘In overleg met de andere bedrijven hebben we ons een aantal doelen gesteld en die hebben wij na één dag al gehaald. Deelname is zeker voor herhaling vatbaar. De mensen komen nu naar ons toe. Wij zijn veel beter zichtbaar. Het heeft al een mooie stapel leads opgeleverd.

Blik op de toekomst

Van ’t Hoff: ‘De huidige samenwerking heeft een duidelijke impact. Gezamenlijk kunnen we beschikken over ongeveer 10.000 medewerkers. Stel je eens voor wat er kan gebeuren als 75 bedrijven landelijk of regionaal samenwerken. We kunnen dan nog grotere en complexere opdrachten aan en dat is goed voor de diversiteit van het werk.
Uiteindelijk willen we graag de medewerkers waartoe de arbeidsmarkt nu afstand heeft (ipv de medewerker heeft afstand tot de arbeidsmarkt) gelukkig zien doordat ze hun talenten kunnen inzetten.

Ontmoeten

Wil jij de Samenwerkende Sociaal Ontwikkelbedrijven Zuidwest Nederland ontmoeten? Dat kan nog tot en met vrijdag in hal 3, stand A041 tijdens ESEF Maakindustrie. Meer informatie op werkse.nl.

Foto links: Yori Lieuwes, rechts: Rutger van ’t Hoff

Primeur Nederlandse brandweerdrone op ESEF Maakindustrie 2024

ESEF Maakindustrie is in volle gang. Vandaag is het de tweede dag. Met het thema ‘De Maakbaarheid van Morgen’ laten ruim 175 exposanten tot en met vrijdag zien hoe de maakindustrie omgaat met onderwerpen als digitalisering, robotisering en verduurzaming. Een Nederlandse primeur is de brandweerdrone van Boessenkool.

Deze editie is er een echte primeur op de beursvloer van een Nederlandse brandweerdrone. De Almelose machinefabriek Boessenkool (hal 3, stand B108 red.) wil met mega-drones de wereld veroveren en introduceert de zogeheten FireFighting-drone. Hiermee kunnen branden op slecht bereikbare plekken geblust worden. Naast innovaties in dronetechnologie gaan experts in het BLMC Ketentheater in op thema’s die helpen productiebedrijven klaar te stomen voor de toekomst. ESEF Maakindustrie vindt gelijktijdig plaats met de vakbeurs TechniShow.

Innovaties in dronetechnologie op het Innovatie Plein

Ricardo Vivas, beursmanager ESEF Maakindustrie: “De ontwikkelingen op het gebied van drones volgen elkaar snel op, met innovatie en technologische vooruitgang als sleutelwoorden. Zo presenteert exposant Drone4 (Boessenkool) de FireFighting-drone bij de hoofdingang van de vakbeurs en op ons Innovatie Plein.” De FireFighting-drone van machinefabriek Boessenkool heeft een groter bereik dan een blussende brandweerauto en zijn broertje Drone4Logistics kan medicijnen afleveren op afgelegen gebieden. “Een geweldige innovatie die we op onze beursvloer mogen tonen”, vertelt Ricardo Vivas.

Eigenaar Eelco Osse van Boessenkool: “De roep om brandveiligheid en ultra snelle inzet groeit. Denk bijvoorbeeld aan hoge flatgebouwen en zonnepaneelparken waar brandweerauto’s en -ladders slecht of helemaal niet bij kunnen komen. Door de Drone4-oplossing kunnen we snel, precies en krachtig blussen op de juiste plek. We kunnen de waterdruk zelfs tot 15 bar ophogen.” Ook is deze nieuwste drone interessant voor andere logistieke toepassingen, zoals het plaatsen van airco’s op daken waar je normaliter alleen met een mobiele kraan uit de voeten kunt. Osse vervolgt: “Met succes hebben we onlangs de test afgerond waarmee we met 150 kilo payload hebben gevlogen.”

Een productiever, winstgevender en succesvoller productiebedrijf

Advies- en realisatiebureau BLMC geeft tijdens de vakbeurs ESEF Maakindustrie inzicht in hoe bedrijven hun supply chain en operations efficiënter in kunnen richten. Ricardo Vivas: “Wat er in de wereld gebeurt, heeft invloed op de economie en op het productiebedrijf. Verstoringen in de keten, klanten en leveranciers die in problemen komen en recente prijs- en rentestijgingen stellen veel bedrijven voor uitdagingen. Tegelijkertijd zijn er kansen dankzij nieuwe technologie, het gebruik van data en recente inzichten over samenwerking en organisatie. Daarom vinden wij het vanuit de beursorganisatie belangrijk dat we onze bezoekers advies geven over hoe men hun productiebedrijf productiever, winstgevender en succesvoller in kunnen richten.” In het zogeheten BLMC Ketentheater gaan experts in op thema’s die bezoekers helpt hun productiebedrijf efficiënter in te richten. Van productstrategie, ketensamenwerking tot leiderschap.

‘Make’ en ‘buy’ onder één dak

De vakbeurs ESEF Maakindustrie vindt tegelijk plaats met de vakbeurs TechniShow. De kracht van deze combinatie is dat het ‘make’ en ‘buy’ onder één dak brengt.  ESEF Maakindustrie en TechniShow vormen samen het grootste platform in de Benelux op het gebied van industriële productietechnologie, verwerking en bewerking van metalen, kunststoffen, toebehoren en hulpmiddelen. Dit is het podium waar bedrijfsleven, onderzoek, onderwijs en overheid elkaar treffen, voor demonstraties, innovaties en netwerkmomenten. “Bezoekers zijn dan ook van harte welkom om beide vakbeurzen te bezoeken om zo tot een perfecte combinatie van ‘make and buy’ oplossingen te komen”, licht Ricardo Vivas toe.

Bezoek ESEF Maakindustrie nog tot en met vrijdag. Registreer gratis.

Produmize en Smart Factory toasten op partnerschap

Een feestje op de stand van Smart Factory vandaag. Tijdens vakbeurs TechniShow werd een nieuw partnerschap beklonken met koffie en taart. En passant werd de Smart Factory-oplossing voor CNC-machines op de Nederlandse markt gelanceerd.

Produmize is al enige jaren actief binnen de Nederlandse maakindustrie met innovatieve “out-of- the-box” Smart Industry-oplossingen gebaseerd op het real-time dataplatform van Thingsboard. Moderne productiemachines worden door Produmize rechtstreeks aangesloten op dit dataplatform. En oudere productiemachines worden eenvoudig voorzien van de Produmize IoT-box om deze aansluiting tot stand te brengen. Vervolgens wordt de verzamelde ontsloten data gepresenteerd in real-time dashboards en krijgt het MKB-productiebedrijf inzicht. Er kunnen data gedreven beslissingen genomen worden. Met de data kunnen processen geoptimaliseerd worden en kan het bedrijf verslimmen. Dit zorgt voor bijvoorbeeld kostenbesparing, efficiëntieverhoging en betere werkomstandigheden.

“De connector van Smart Factory gecombineerd met de app levert voor een moderne CNC-verspaner een nog eenvoudigere oplossing en is daarmee een mooie toevoeging aan ons portfolio” aldus Jelle Koning, CEO Produmize.

Frank Westervoorde, CEO en oprichter van Smart Factory, heeft samen met zijn team van ontwikkelaars enkele jaren gewerkt aan een state-of-the-art oplossing. Deze oplossing bestaat uit een connector en een app. De connector zoekt zelf de CNC-machines in het netwerk. Via een app op telefoon, tablet of pc geeft het de relevante data, real-time, weer. Hier gaat het om data als status, tijden maar ook welke CNC-file voor welk product op welk moment gebruikt is.

Frank Westervoorde: “De ervaring van Produmize in de MKB-maakindustrie was voor ons doorslaggevend om met hen het partnerschap aan te gaan”.

De oplossing van Smart Factory is continu in ontwikkeling. Zo wordt op de Vakbeurs TechniShow de ERP-integratie getoond.  

Vakbeurzen ESEF Maakindustrie en TechniShow zijn nog tot en met vrijdag te bezoeken in Jaarbeurs Utrecht. Registreren kan via maakindustrie.nl.

De maakbaarheid van morgen

Het is 12 maart. Kwart voor negen. Over dik een uur opent vakbeurs ESEF Maakindustrie de deuren voor vier dagen van innovatie en ontwikkeling in de maakindustrie. Een industrie die heel belangrijke is binnen Nederland, maar te maken heeft met flinke uitdagingen.

Het investeringsklimaat op het gebied van onderzoek en ontwikkeling is nog steeds goed met 11 miljard euro in 2022. Maar er is een duidelijk tekort aan gekwalificeerd personeel. Ook het groeiend tekort aan (internationale) studenten is een van de hardnekkige kopzorgen. Recent nog het bericht dat ASML overweegt uit Nederland te vertrekken, zetten markt en overheden weer even op scherp. Een andere factor is vergrijzing. Die speelt überhaupt in Nederland een grote rol en dus ook in de industrie.

Concurrentie

Nederland is nog steeds een heel belangrijke speler in de maakindustrie. Er wordt echter aan de stoelpoten gezaagd. Internationale concurrentie groeit. Zeker ook omdat ons omringende landen wezenlijk meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Dat resulteert in snellere resultaten en een betere verkoopbaarheid van de producten en trekt natuurlijk ook de (internationale) studenten aan die zo van belangrijk voor R&D. Nederland zou meer moeten doen om in de pas te blijven lopen. In die zin is de toekomst van de industrie in Nederland zeker ‘maakbaar’.

ESEF Maakindustrie en TechniShow

ESEF Maakindustrie toont veerkracht. De exposanten pakken uit. Willen laten zien dat zij er zijn en waar ze voor staan: Toekomstvisie, ontwikkeling en innovatie in een markt die tot grootste in Nederland behoort en dagelijks impact heeft op alles wat wij doen.

Zoals altijd wordt ESEF Maakindustrie gelijktijdig met TechniShow georganiseerd. De kracht van deze combinatie dat het ‘make’ and ‘buy’ samenbrengt onder een dak. Samen vormen zij het grootste platform op dit gebied in de Benelux op het gebied van industriële productietechnologie, verwerking en bewerking van metalen, kunststoffen, toebehoren en hulpmiddelen. Met aan de ESEF Maakindustrie zijde meer dan 175 exposanten. Bij TechniShow vind je er zo’n 300. De markt is dus goed vertegenwoordigd en een bezoek brengen aan alletwee de beurzen is dan ook zeer de moeite waard.

Heb je deze week nog tijd om naar ESEF Maakindustrie toe te komen, registreer je dan hier.

Carrier introduceert meerdere lijnen hoge-temperatuur warmtepompen

Carrier introduceerde recentelijk een uitgebreide nieuwe lijn van warmtepompen voor hoge en zeer hoge temperaturen bestemd voor industriële, commerciële en openbare gebouwen en voor stadsverwarming. Deze warmtepompen helpen klanten om hun doelstellingen met betrekking tot decarbonisatie te behalen.

De nieuwe lijn is ontworpen om zowel de CO2-uitstoot als de energiekosten te verlagen en bestaat uit
AquaForce® en AquaSnap® lucht- en watergekoelde warmtepompen met vermogens variërend van 30 tot 735 kW en watertemperaturen van 82 tot 130°C die gebruik maken van koudemiddelen op basis van
fluorkoolwaterstof met een laag aardopwarmingsvermogen (GWP). Dankzij de hoge temperaturen kunnen de warmtepompen ketels vervangen die fossiele brandstoffen gebruiken in verwarmingstoepassingen zoals flats en woonwijken, commerciële gebouwen, voedselproductie, industriële drogerijen, biogasproductie en chemische fabrieken. Deze innovatieve producten ondersteunen Carrier’s doelstellingen voor 2030 met betrekking tot Milieu, Sociaal beleid en Governance (ESG) om de CO2-voetafdruk van zijn klanten met meer dan 1 gigaton te verminderen.

De warmtepompen benutten niet alleen de warmte uit de omgevingslucht en de grond, maar ook de warmte die verloren gaat en afkomstig is uit vele verschillende bronnen, zoals datacenters, recreatiefaciliteiten, hotels en restaurants, proceswater, rookgassen en rioleringssystemen. De aldus opgevangen warmte wordt dan gebruikt voor comfortverwarming en de productie van warm tapwater in grote gebouwen en faciliteiten. Ook kunnen warmtepompen worden ingezet in industriële toepassingen en in netwerken voor stadsverwarming en lokale verwarming die hoge of zeer hoge temperaturen vereisen.

“De uitbreiding van het AquaForce en AquaSnap assortiment is een essentiële stap van onze verbintenis de Europese Green Deal te ondersteunen en Europa te helpen decarboniseren,” aldus Raffaele D’Alvise, Hoofd Marketing en Communicatie, Europe Commercial HVAC, Carrier. “Deze warmtepompen met hun hoge temperaturen, prestaties, betrouwbaarheid en efficiëntie zijn een uitstekende oplossing voor klanten die hun CO2-voetafdruk willen verminderen en willen bijdragen aan een duurzamere toekomst, door generatoren op fossiele brandstoffen te vervangen of door de warmtepompen te integreren in hybride systemen.”

De units zijn gereed voor aansluiting op Abound, Carrier’s digitale cloud-gebaseerde platform voor realtime, intelligente en resultaatgerichte resultaten dat gebouwen efficiënter en responsiever maakt. Voor minimale exploitatiekosten kan worden gekozen voor Carrier’s BluEdge® service-opties om warmtepompen gedurende hun hele levenscyclus met piekprestaties en rendement te laten draaien. Dit leidt tot predictief onderhoud in plaats van preventief onderhoud, wat zowel tijd als geld bespaart.

Verduurzaming boerenbedrijf door gebruik waterstof

HYGRO zal deelnemen aan een project dat verduurzaming van de agrarische sector als doel heeft. De rol die waterstof kan gaan spelen rondom de verduurzaming in deze sector, komt centraal te staan. HYGRO zal zich binnen Fieldlab Waterstof bezighouden met de pilot ‘Productie, opslag en levering waterstof’.

Reden voor het ontstaan van de innovatiehub is dat waterstof een steeds belangrijkere rol speelt in de energietransitie.

Energiestudie, basisontwerp en business case

HYGRO zal binnen Fieldlab Waterstof onderzoek doen naar het produceren en toepassen van groene waterstof. Dit op basis van zonne- en windenergie bij agrarische ondernemingen. Daarnaast onderzoekt HYGRO de mogelijkheid tot het opslaan van de waterstof en aansluiting op het door HYGRO ontwikkelende distributienetwerk van waterstof in Nederland. De haalbaarheid testen wij middels een energiestudie bij agrariërs, het maken van een basisontwerp en het uitwerken van een business case.

Grootste waterstofhub Noordwest-Europa

De toekenning van de hydrogen valley status aan Noord-Holland heeft de ontwikkeling op het gebied van waterstof in een stroomversnelling gezet. De start van het Agri Fieldlab project is hier een mooi voorbeeld van. Het uiteindelijke doel van Noord-Holland is om tegen 2050 één van de grootste waterstofhubs van Noordwest-Europa te zijn.

Esther Lunenborg, Project Developer HYGRO: “Veel agrarische bedrijven hebben de wens om zelf energie op te wekken. Daarbij hebben zij vaak veel ruimte voor zonnepanelen. Ze hebben niet altijd de mogelijkheid om de elektriciteit terug te leveren. Waterstof biedt hier kansen. In Agri Fieldlab gaan we aan de slag om de haalbaarheid van waterstofproductie, opslag en leveringssysteem bij agrarische bedrijven te onderzoeken. Hierbij is opslag en matchen van vraag- en aanbod cruciaal. Om op het juiste moment de juiste hoeveelheid waterstof beschikbaar te hebben, en overschotten kwijt te kunnen. Daarom onderzoeken we ook hoe agrarische bedrijven aangesloten kunnen worden op het distributienetwerk dat door HYGRO wordt opgezet in Nederland.”

HYGRO produceert hoogwaardige, betaalbare en groene waterstof, die wordt gewonnen uit wind- en/of zonne-energie. Daarnaast ontwikkelt HYGRO ook de distributieketen voor transport van waterstof.

EFRO project Fieldlab Waterstof in Agri NHN

Het EFRO project Fieldlab Waterstof in Agri NHN is een publiek-private samenwerking waarbij niet voor, maar juist met ondernemers wordt samengewerkt. Het project wordt medegefinancierd door de Rabobank, New Energy Coalition, Kansen voor West en de Europese Unie.

Greenport Noord-Holland Noord, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en New Energy Coalition realiseren met agrarisch ondernemers en diverse andere betrokkenen een Fieldlab voor toepassing van waterstof in de agrisector. Het Fieldlab Waterstof in Agri moet dé praktijkomgeving zijn waar bedrijven, kennisinstellingen en overheden samenwerken aan waterstoftoepassingen en -infrastructuur.

Personeelstekorten verhogen welzijn Nederlandse werknemers

Het gevoel van welzijn onder werknemers nam in 2022 met 4 procent toe. Vooral de werk-privébalans en de aandacht voor persoonlijke ontwikkeling zijn verbeterd. Verzuim bereikt desondanks een nieuw recordniveau: 9 procent van de werknemers heeft ruim 20 verzuimdagen. Dit volgens de nieuwste editie van de Sectorale Welzijnsmonitor van ABN AMRO.

Personeelstekorten fungeren als breekijzer voor vergroten welzijn werknemers

Juist nu de personeelstekorten nog altijd nijpend zijn, is sprake van een stijging van het welzijn van werknemers. Zo is de werk-privébalans vorig jaar met 18 procent verbeterd, onder meer door een afnemende werkdruk. Ook hebben werkgevers meer aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers. In totaal nam het welzijn in 2022 met maar liefst 4 procent toe, het hoogste niveau in de afgelopen acht jaar. Dit blijkt uit de nieuwste editie van de Sectorale Welzijnsmonitor van ABN AMRO, waarin het welzijn van Nederlandse werknemers in 17 sectoren is onderzocht op basis van 87 variabelen en zeven categorieën: werk-privébalans, gezondheid, persoonlijke ontwikkeling, economie, gelijke kansen, veiligheid en klimaat. De grote personeelstekorten lijken hierbij volgens ABN AMRO als breekijzer te fungeren. Door de sterkere focus op behoud van personeel is er meer aandacht voor hun welzijn.

Gezondheid stijgt nauwelijks in 2022; ziekteverzuim op recordniveau

Ondanks zichtbare verbeteringen zijn er volgens ABN AMRO ook grote redenen tot zorg. Zo blijkt dat de score op gezondheid bij werknemers nauwelijks is verbeterd en het ziekteverzuim opnieuw een recordniveau heeft bereikt. Bijna één op de tien werknemers had vorig jaar minimaal 20 verzuimdagen. Bij werknemers in de zorgsector is de score op de categorie gezondheid sinds 2015 maar liefst met 29 procent afgenomen. In vergelijking met voorgaande jaren wijzen werknemers in alle sectoren hun baan echter minder vaak aan als oorzaak voor verzuim. Financiële stress lijkt hierbij een rol te spelen. Zo wordt het voor werknemers steeds moeilijker om een betaalbare woning te kopen of zonder schulden rond te komen. De categorie Gelijke Kansen verbeterde weliswaar, maar nog altijd krijgen vrouwelijke werknemers per uur bijna 13 procent minder salaris dan hun mannelijke collega’s. Verder blijkt dat werkgerelateerde opleidingen voor hoger opgeleiden nog altijd aantrekkelijker zijn dan voor lager opgeleiden.

Positie van de werknemer sterker geworden

“De chronische personeelstekorten en maatschappelijke wens om organisaties te bouwen die goed zijn voor mens en omgeving, zijn terug te zien in de monitor. De kaarten worden opnieuw geschud, waardoor de positie van werknemers sterker is geworden”, zegt Sonny Duijn Sector Econoom Thema’s van ABN AMRO. “Niettemin zijn er nog veel punten van aandacht. Zeker als er meer druk op de ketel komt, kan het welzijn gemakkelijk verslechteren, zoals de hoge score op ziekteverzuim laat zien. Het is daarnaast van belang dat het begrip ‘succes’ een bredere betekenis krijgt. “Het is goed om breder dan financiële factoren te kijken en sociale en ecologische indicatoren, zoals werkgeluk en de milieu-voetafdruk, nadrukkelijk mee te nemen. Factoren als omzet, winst of klantenaantallen worden dan eerder onderdeel van een strategisch doel in plaats van een doel op zichzelf.”

Het volledige rapport is hier te downloaden.

Geen tijd te verliezen

Niet alleen vervuilende bedrijven, maar ook toezichthouders liggen onder vuur. En dat snap ik wel. De maatschappelijke druk loopt op. De industriesector moet in 2050 100% circulair en klimaatneutraal zijn, maar hoe? En zit de overheid de industrie wel genoeg achter de broek?

De Nederlandse industrie zou al vooroplopen als het om duurzame productie gaat. Toch hebben zowel bedrijven als de rijksoverheid stappen gezet om nog meer te versnellen en initiatieven beter op elkaar af te stemmen. Dit komt samen in het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie.  

Goed nieuws, want in februari bleek uit onderzoek van de Rabobank dat de noodzakelijke versnelling binnen de maakindustrie in ieder geval nog niet was ingezet. Vergeleken met 2022 is er nauwelijks vooruitgang geboekt. En dat terwijl duurzame bedrijven volgens de bank toekomstbestendiger en beter financierbaar zijn.

De 20 bedrijven die door de Rabobank zijn ondervraagd, vertegenwoordigen natuurlijk niet de volledige maakindustrie, maar hun reacties zijn wel interessant. Want hoewel je zou verwachten dat gestegen energiekosten de belangrijkste reden zijn om te verduurzamen, worden ondernemers juist het meest gemotiveerd door het verzilveren van marktkansen met een duurzaam product.

Klanten vragen steeds vaker duurzame alternatieven en wettelijke verplichtingen spelen een rol. Grote bedrijven moeten bijvoorbeeld al vanaf 2024 voldoen aan de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Ze zijn dan verplicht te rapporteren over hun impact op de mens en het klimaat. Voor deze rapportage moeten bedrijven ook weten hoe duurzaam hun leveranciers zijn. De intrinsieke motivatie om een betere wereld achter te laten, komt voor de ondervraagde bedrijven overigens pas op plek vijf. Gebrek aan kennis over verduurzamen, te weinig capaciteit en het lastig te voorspellen rendement maken bedrijven onzeker. Deze onzekerheid vertraagt het verduurzamingsproces binnen de maakindustrie. Begrijpelijk, al komen de duurzaamheidseisen natuurlijk niet plotseling uit de lucht vallen. Daarom is het goed dat de overheid, onder andere met het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie, meer de regie gaat nemen. Gezien de negatieve gevolgen van het veranderende klimaat, is vertragen immers geen optie.

Astrid van Ballegoy

Marktverkenningen in de maakindustrie: cruciaal voor groei!

Een van de leukste dingen om te doen in de maakindustrie is het maken van marktverkenningen. Zo zijn er in de afgelopen jaren tientallen gemaakt in de meest uiteenlopende markten. Als een “verkenner” word je als het ware gedropt in onbekend gebied.

Dit kan bijvoorbeeld een voor de klant nieuwe branche of toepassing zijn. Of men wil van start met bestaande producten in een nieuwe geografische markt. De nieuwe markt breng je vervolgens in kaart, waarbij je bijvoorbeeld kijkt naar omvang en groei, trends en relevante wetgeving. En natuurlijk kom je dan ook concurrenten en potentiële klanten tegen.

Uiteraard is het wat complexer dan ik hier in het kort schets, maar met een gestructureerde aanpak en de juiste informatiebronnen kun je tot een goed beeld van een nieuwe markt komen. In deze blog bespreken we het belang, de inhoud en aanpak van een goede marktverkenning voor de maakindustrie.

Het belang van een goede marktverkenning

Waarom is een goede marktverkenning zo belangrijk voor bedrijven in de maakindustrie? Natuurlijk zullen we altijd met onzekerheden in het leven te maken hebben; dit geldt ook voor maakbedrijven die immers ook deel uitmaken van de economie, de markten en veel maatschappelijke ontwikkelingen.

Tegelijkertijd zijn de introductie van nieuwe producten en het instappen in nieuwe markten nog steeds twee zeer belangrijke groeiscenario’s voor de Nederlandse maakindustrie, zoals onlangs ook weer bevestigd in de “Strategy Trends Survey 2023” van Berenschot. Juist daarom is het cruciaal om een nieuwe markt goed in kaart te brengen voordat je die daadwerkelijk instapt.

Zo’n marktverkenning is belangrijk voor maakbedrijven om verschillende redenen:

  1. Identificatie van kansen: een marktverkenning stelt maakbedrijven in staat om potentiële kansen en marktsegmenten te identificeren. Het helpt om te begrijpen welke producten of diensten gevraagd worden en waar mogelijkheden liggen voor groei en uitbreiding van activiteiten.
  2. Beter klantinzicht: door een grondige marktverkenning kunnen maakbedrijven een diepgaand inzicht krijgen in de behoeften, wensen en voorkeuren van klanten. Ze kunnen begrijpen wat klanten belangrijk vinden bij het kiezen van producten, welke problemen ze proberen op te lossen en welke trends en veranderingen er spelen in de markt. Dit inzicht stelt je in staat om producten te ontwikkelen die beter aansluiten bij de klantvraag en om de juiste marketing- en verkoopstrategieën te ontwikkelen.
  3. Concurrentieanalyse: een goede marktverkenning biedt maakbedrijven de mogelijkheid om de concurrentie te analyseren en te begrijpen. En ook om de sterke en zwakke punten van concurrenten te identificeren en hun marktpositie te evalueren. Door je concurrenten te begrijpen kun je je beter positioneren en concurrerend blijven.
  4. Risico’s beperken: een grondige marktverkenning helpt maakbedrijven ook om potentiële risico’s en bedreigingen in de markt te identificeren. Je kunt economische trends, veranderende regelgeving, technologische ontwikkelingen en andere factoren onderzoeken die van invloed kunnen zijn op de bedrijfsactiviteiten. Dit helpt ook om je voor te bereiden op mogelijke uitdagingen en om risico’s te beheersen.
  5. Strategische besluitvorming: marktverkenningen bieden waardevolle informatie die maakbedrijven kunnen gebruiken bij strategische beslissingen. Het stelt je in staat om gefundeerde keuzes te maken met betrekking tot productontwikkeling, marktsegmentatie, prijsbepaling, distributiekanalen en marketingstrategieën. Een goede marktverkenning helpt je om middelen en inspanningen effectief te richten op de juiste markten en doelgroepen.

Kortom, met een goede marktverkenning ben je als maakbedrijf in staat om kansen te identificeren, klantinzicht te verkrijgen, concurrenten te analyseren, risico’s te beheersen en strategische beslissingen te nemen.

Marktverkenningen in de maakindustrie: cruciaal voor groei!
Marktverkenningen in de maakindustrie: cruciaal voor groei!

De vijf cruciale onderdelen van een marktverkenning

Bij een marktverkenning breng je nieuw terrein in kaart. Maar wat zijn dan de 5 cruciale onderdelen van een goede marktverkenning? Wat mij betreft zijn dat:

  1. Klantanalyse: wie zijn de potentiële klanten voor jouw producten en expertise? En wat zijn hun behoeften, voorkeuren en koopgedrag?
  2. Concurrentieanalyse: Wie zijn jouw directe en indirecte concurrenten in de markt? Breng ze in kaart en analyseer hun productaanbod, sterktes en zwaktes, pricing en distributie, etc. Waarmee onderscheiden ze zich?
  3. Technologische trends: in de maakindustrie zijn er continu technologische ontwikkelingen. Maar welke zijn dan relevant voor jou? En welke kansen of bedreigingen brengen ze met zich mee?
  4. Leveranciers- en distributieanalyse: hoe ziet de waardeketen er uit voor jouw markt? Wie zijn potentiële leveranciers van grondstoffen, componenten of andere benodigdheden voor jouw productieproces. En wat zijn de beschikbare distributiekanalen voor je producten?
  5. Regelgeving en beleid: Wat is relevante wet- en regelgeving in de markt? En aan welke technische normen en certificeringen moet je voldoen met je producten?

Naast deze vijf cruciale onderdelen zijn er vaak nog andere relevante factoren die van belang kunnen zijn. Deze zijn echter sterk afhankelijk van de markt die je in kaart wil brengen, maar ook van je eigen marktpositie en productaanbod. Dat maakt iedere marktverkenning daarom ook steeds weer uniek.

Veelgemaakte fouten in een marktverkenning

Het betreden van een nieuwe markt vraagt om stuurmanskunst en een goede marktverkenning. Maar wat zijn dan de drie belangrijkste fouten die vaak worden gemaakt bij zo’n marktverkenning in de maakindustrie?

  1. het marktonderzoek is niet grondig en diepgaand genoeg, waardoor je belangrijke inzichten in de marktdynamiek, trends, klantbehoeften en concurrentie mist
  2. het verkeerd identificeren of segmenteren van de doelgroep. Als je de behoeften, kenmerken en koopgedrag van de doelgroep niet goed begrijpt, loop je het risico de verkeerde markt te benaderen en klanten te mislopen.
  3. het overschatten van de marktvraag. Natuurlijk ben je enthousiast over je product of dienst. Maar zonder objectieve gegevens loop je het gevaar de vraag ernaar te overschatten.
  4. Als gevolg van deze fouten kunnen verkeerde keuzes gemaakt worden voor de strategie en de benodigde investeringen. In mijn ogen zijn dit wel de drie meest cruciale, maar natuurlijk zijn er meer mogelijke fouten.

Goede informatiebronnen zijn essentieel voor een marktverkenning

Bij een marktverkenning breng je, zoals gezegd, als het ware nieuw terrein in kaart. Maar wat zijn dan goede informatiebronnen?

Wat mij betreft zijn dit enkele van de meest nuttige informatiebronnen voor een goede marktverkenning voor de maakindustrie:

  1. Brancherapporten van de grote banken: o.a. ING en Rabobank publiceren regelmatig updates van de ontwikkelingen in bepaalde branches.
  2. Brancheverenigingen en vakbladen: de websites van brancheverenigingen en vakbladen bieden vaak waardevolle informatie over trends, technologische ontwikkelingen, marktstatistieken, en interviews met experts en leiders uit hun sector.
  3. Jaarverslagen, presentaties voor investeerders, etc. van de grote spelers in een bepaalde markt. Naast hun inzichten in marktontwikkelingen geven deze vaak een goed inzicht in hun eigen strategieën, doelstellingen en marktposities. Meestal is deze informatie wel op hun website te vinden.

Deze online informatiebronnen geven vaak voldoende informatie voor een goede eerste indruk van een nieuwe markt. Met behulp van interviews met bv. industrie-experts en natuurlijk (potentiële) klanten kun je vervolgens een nauwkeuriger beeld krijgen.

De crux van een goede marktverkenning zit hem echter in de vertaalslag van de algemene marktinformatie naar jouw eigen producten en diensten: wat is dan het marktpotentieel voor jou? Wat is er nodig aan productontwikkeling? Welke strategische keuzes moeten er worden gemaakt?

In de afgelopen jaren hebben we tientallen marktverkenningen uitgevoerd voor klanten in de maakindustrie die een nieuwe markt in kaart wilden brengen. Hiervoor werken we steeds met een eigen gestructureerde aanpak met praktische formats en tools.

Wil je meer weten over onze aanpak? Neem dan gerust contact op!

Maakindustrie focust op complementaire oplossingen voor duurzaam binnenklimaat

De nieuwe stichting NVI-GO Nederlandse Verduurzamingsindustrie – Gebouwde Omgeving (NVI-GO) verenigt bedrijven uit de Nederlandse maakindustrie die werken aan een duurzaam binnenklimaat voor de gebouwde omgeving. De stichting is een brede doorstart van de Nederlandse Verwarmingsindustrie (NVI).

De NVI-GO is nu de paraplu waaronder verschillende verenigingen(voorheen secties) samenwerken. Hierbij verzorgt NVI-GO de verbindingen samenhang tussen de technologieën en de positionering.
Op die manier behartigt NVI-GO de belangen van de maakindustrie, is gesprekspartner voor de overheid én levert een concrete bijdrage aan de reductie van CO2 in de woningbouw en utiliteit.

Annemarije Tillema, directeur van NVI-GO: “Nederland zit midden in een energietransitie en we moeten de CO2-uitstoot terugdringen. Onze maakindustrie biedt gezamenlijk de oplossingen om het binnenklimaat van gebouwen comfortabeler én duurzamer te maken. Dit alles met betaalbare, innovatieve oplossingen en steeds afgestemd op de specifieke situatie. Hiermee lopen we in Nederland voorop. Het is de uitdaging deze voorsprong met doelgerichte programma’s te behouden en samen met alle stakeholders verder te versnellen. Hier bijwerken we graag samen verenigingen en branches die deze beweging kunnen versterken.”

Om zijn doelen te bereiken heeft NVI-GO een nieuwe organisatiestructuur meteen stichting en een bestuur waarin de voormalige secties als verenigingen vertegenwoordigd zijn. De afgevaardigden in het bestuur hebben mandaat van hun vereniging, waardoor snellere besluitvorming mogelijk is. Door met alle verenigingen vanuit verbinding samen te werken, opereert NVI-GO als collectief en kan het verduurzaming versnellen.

De nieuwe stichtingsstructuur maakt het makkelijker voor andere verenigingen om aan te sluiten bij NVI-GO. Zij kunnen eenvoudig meedoen met bestaande programma’s, zoals de hybride route, legionella
of milieudatabase. Op die manier kan iedere vereniging profiteren van debestaande kennis en ervaring en bijdragen. Bovendien kunnen zij vanuit hunexpertise nieuwe programma’s initiëren en invullen.

Mogelijke toekomstige programma’s van NVI-GO zijn circulariteit, duurzaam tapwater, all electric, energieopslag of groen gas/waterstof. Een ander aandachtspunt van de NVI-GO is de aantrekkelijkheid voor bestaand en toekomstig technische talent dat nodig is om de innovatieve oplossingen te installeren.

Meer info op: www.nvi-go.nl

Hybride- of op kantoor werken. De meningen zijn verdeeld.

Meer dan de helft (58%) van beslissers bij Nederlandse organisaties ziet het liefst dat de medewerkers weer volledig op kantoor komen werken. Dat blijkt uit recent onderzoek van digital services company Ricoh. Dit staat in schril contrast met de wens van de medewerkers, waarvan 73% aangeeft het meeste te zien in een hybride werkvorm.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Opinium en geanalyseerd door het Britse Centre for Economics and Business Research (CEBR). Aan het onderzoek deden 1000 medewerkers en 250 beslissers van Nederlandse organisaties mee.

Voorkeuren verschillen
Uit het onderzoek komt naar voren dat beslissers en medewerkers er andere voorkeuren op nahouden als het gaat om hybride werken. Als organisaties de wens voor hybride werken negeren, lopen zij de kans om als werkgever minder aantrekkelijk te zijn voor bestaande en nieuwe medewerkers.

Hybride werken kans voor groei
Opvallend is dat dezelfde beslissers in het onderzoek aangeven dat hun medewerkers gemiddeld 3% productiever zijn in een hybride setting. Hybride werken is daarmee juist een kans voor groei.

35% minder personeelsverloop bij hybride werken
De mogelijkheid om flexibel te werken en zo een goede werk-privébalans te behouden, draagt bij aan het welzijn en de tevredenheid van medewerkers. Zo toont recent onderzoek aan dat hybride werken een positieve impact heeft op het behouden en aantrekken van talent. Waarbij het personeelsverloop 35% lager is in organisaties waar medewerkers hybride werken.

Meer werkplezier en tevredenheid
Huib Kolen, Manager Product Marketing & Programs bij Ricoh reageert: “Het is tijd voor beslissers om tegemoet te komen aan de wensen van medewerkers. Want organisaties die flexibel werken, verhogen het werkplezier en de tevredenheid van medewerkers. En omdat medewerkers productiever zijn, vertaalt dit zich ook in financiële voordelen. Het is dus goed voor je medewerkers én je organisatie.”

Creativiteit en kennisdelen
Kolen vervolgt: “Natuurlijk, het kantoor blijft essentieel om samen te werken en binding te houden met elkaar én de cultuur van de organisatie. Hierbij is het belangrijk dat de ruimtes hierop aansluiten. Denk aan een inrichting waarbij creativiteit en kennisdelen worden gestimuleerd. Met tools en technologie die soepele communicatie en efficiënte samenwerking op afstand mogelijk maken. Aan organisaties de taak om dit te faciliteren. Want de wensen en behoeften van medewerkers negeren in een krappe arbeidsmarkt, is simpelweg geen optie.”

Digitaal bouwen: efficiënt en kosteneffectief Hoezo afstand tot de arbeidsmarkt? Primeur Nederlandse brandweerdrone op ESEF Maakindustrie 2024 Produmize en Smart Factory toasten op partnerschap De maakbaarheid van morgen Carrier introduceert meerdere lijnen hoge-temperatuur warmtepompen Verduurzaming boerenbedrijf door gebruik waterstof Personeelstekorten verhogen welzijn Nederlandse werknemers Geen tijd te verliezen Marktverkenningen in de maakindustrie: cruciaal voor groei! Maakindustrie focust op complementaire oplossingen voor duurzaam binnenklimaat Hybride- of op kantoor werken. De meningen zijn verdeeld.

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Je ontvangt maximaal 1x per week het laatste nieuws per email.
Inschrijven